Planning voor warmtewisselaars in een omgeving met een verhoogde vloer
Hiermee kunt u warmtewisselaars plannen in een omgeving met een verhoogde vloer.
Op een verhoogde vloer worden slangen onder de vloertegels geplaatst en worden achter het rek via speciale uitsparingen in de vloertegel naar boven geleid. De slangen worden aangesloten op de aansluitingen aan de onderkant van de warmtewisselaar.
Vereisten en beheer van slangen voor een verhoogde vloer
Een warmtewisselaar heeft standaard een vloertegel van 0,6 m bij 0,6 m onder zich en aan de voorkant van het rek nodig. Er wordt een opening in de tegel gemaakt die op de juiste manier moet worden beschermd tegen scherpe randen. De hoekopening wordt direct onder de scharnierende kant van de achterklep van het rek geplaatst. De grootte van de opening is 152,4 mm breed en 190,5 mm lang +/- 12,7 mm (6,0 in. breed en 7,5 in. lang +/- 0,5 in.) in de lengterichting ten opzichte van de klep. In de volgende afbeeldingen ziet u voorbeelden van methoden voor het plaatsen van slangen.




Een ander voorbeeld: voor rekken die tegelijkertijd met de warmtewisselaar worden geïnstalleerd en in gevallen waarbij in de installatieplanning uitsparingen van de tegel onder het rek zijn toegestaan, vereist elke warmtewisselaar nog steeds een speciale uitgesneden tegel van 0,6 m bij 0,6 m. De vloertegel wordt echter volledig binnen de omvang van het rek geplaatst. Er wordt een aangepaste kabelopening of een aparte opening voor de slang gebruikt. Flexible slangen die een rechthoekige elleboogpijp hebben, worden gebruikt om de slangen met een grote lus onder het rek door te laten lopen zodat de slang nog kan bewegen als de klep wordt geopend en gesloten. In de volgende afbeeldingen wordt weergegeven hoe slangen onder een rek kunnen doorlopen en de slang voldoende lengte heeft om vrijelijk te bewegen als de klep wordt geopend en gesloten.




Slangen naast elkaar leggen die tussen de warmtewisselaar en de toevoer- en afvoerverdeelstukken lopen en zorgen dat de slangen vrijelijk kunnen bewegen. Geef de slangen voldoende speling onder de achterklep zodat er weinig krachten op de klep worden uitgeoefend als de slangen zijn aangesloten en worden gebruikt. Als u een slang plaatst, moet u scherpe bochten vermijden zodat er geen knik in de slang komt en moet u contact met scherpe randen vermijden.